Huishoudelijk reglement

Artikel 1. Doelstelling.
1.           Het doel van de volkstuinvereniging is het bevorderen van het recreatief tuinieren.

Artikel 2. Bepalingen:1.      In dit huishoudelijk reglement worden de rechten en plichten van de leden van de VTV Elden geregeld.
2.      De taakomschrijvingen en de bevoegdheden van de tuincommissie en onderhoud (TCO) en commissies in het algemeen zijn in dit reglement opgenomen.
3.      Op dit huishoudelijk reglement zijn eveneens van toepassing alle bepalingen welke zijn opgenomen in de statuten van de vereniging.
4.      Op dit huishoudelijk reglement zijn van toepassing de verplichtingen die voortvloeien uit de huurovereenkomst die de vereniging heeft aangegaan met de Gemeente Arnhem.
5.      De VTV Elden is op geen enkele manier aansprakelijk voor schade aan eigendommen door diefstal of vernieling.
6.      Elk lid is aansprakelijk voor alles wat hij, of onder zijn verantwoordelijkheid vallende personen of dieren, op het complex verricht.
7.      In die gevallen waarin de statuten en dit huishoudelijk reglement niet voorzien, wordt beslist door het bestuur. Achteraf wordt dan verantwoording afgelegd aan de algemene ledenvergadering.
 
Artikel 3. Soorten leden.         Waar in het vervolg leden of kandidaat-leden worden genoemd betreft deze meerderjarige natuurlijke personen en omvat zowel mannen als vrouwen.
De volgende soorten leden zijn te onderscheiden:
1.      Kandidaat-leden zijn personen, die schriftelijk te kennen hebben gegeven een volkstuin in gebruik te willen nemen, doch voor wie nog geen tuin beschikbaar is.
        Bij aanmelding dient een kandidaat-lid eenmalig inschrijfgeld te betalen.
2.     Leden met proeftijd zijn ex-kandidaat-leden, die een volkstuin hebben aanvaard.
3.          Leden zijn ex-leden met proeftijd die zijn toegelaten door het bestuur.
4.     Leden zonder tuin. Dit zijn bijvoorbeeld leden die gezamenlijk een tuin onderhouden, niet zijnde familie.  Leden zonder tuin betalen wel contributie maar geen tuinhuur.

Artikel 4. Toelating van kandidaat-leden.1.     De kandidaat-leden worden door het bestuur op een wachtlijst geplaatst. De volgorde wordt bepaald door de datum van binnenkomst van het inschrijfgeld. Indien een tuin beschikbaar is wordt dit schriftelijk medegedeeld aan het kandidaat-lid en zal het huishoudelijk reglement en statuten via de mail worden opgestuurd. Na acceptatie is hij lid met een proeftijd van 1 jaar geworden.

Artikel 5. Toelating van Leden met proeftijd:1.      Leden met proeftijd hebben 1 jaar de gelegenheid om te tuinieren, de tuincommissie maakt na deze periode aan het bestuur kenbaar of men in aanmerking komt als lid, daarbij wordt gekeken of men wel tuiniert zoals het bedoeld wordt. Bij twijfel kan de proeftijd met maximaal  1 jaar worden verlengd. Het proeftijd-lid krijgt van het bestuur zo spoedig mogelijk bericht over het besluit.
2.      Leden met proeftijd ontvangen een exemplaar van de statuten,  het huishoudelijk reglement en een overzicht met de vak-indeling van de tuin (A,B,C,D,).
3.      De Leden met proeftijd dienen het huurcontract van de door hun gehuurde volkstuin te ondertekenen, opdat hun gebondenheid aan de statuten, het huishoudelijk reglement en vak-indeling van de tuin niet voor betwisting vatbaar is.
4.      De Leden met proeftijd dienen hun jaarlijkse tuinhuur, contributie en hun eenmalige waarborgsom te voldoen.

Artikel 6. Regels voor leden en leden met proeftijd:1.      Ieder lid heeft de vrije beschikking over de hem in gebruik gegeven tuin, met dien verstande dat hij verplicht is zijn tuin vanaf aanvang in goede toestand te brengen en te houden.
2.      In overeenstemming met de doelstelling van de vereniging dienen de tuin en de opstallen op de tuin voor ontspanning van het lid en zijn gezinsleden; het uitoefenen van beroepsmatige handelingen is derhalve niet toegestaan.
3.      Leden worden geacht de op de aan hen toegewezen tuin aanwezige opstallen en beplantingen in eigendom te bezitten.
4.      De leden mogen hun tuin en eventuele opstallen slechts overdragen door tussenkomst van het bestuur.
5.      Ieder lid wordt geacht de bepalingen van statuten en reglementen evenals de overige vastgestelde en bekend gemaakte regels te kennen.
6.      De leden zijn verplicht de statuten en de reglementen van de vereniging alsmede de besluiten van de algemene vergadering ook al waren zij niet tegenwoordig of vertegenwoordigd, stipt op te volgen en zijn derhalve volledig aansprakelijk voor de gedragingen van hun gezinsleden en bezoekers.
7.      De leden zijn verplicht deel te nemen aan de algemene werkzaamheden t.b.v. de vereniging.
8.      Eigendommen van de vereniging dienen op eerste aanvraag van het bestuur te worden ingeleverd.
9.      Het bestuur is gerechtigd tot het bepalen van een termijn waarbinnen nagelaten onderhoud- en/of algemene werkzaamheden alsnog dienen te worden uitgevoerd, indien het desbetreffende lid:
a.   zonder opgaaf van redenen de hem opgedragen algemene werkzaamheden niet of niet naar behoren uitvoert;
b.   de tuin (ook de aangrenzende paden en de eventuele groenstroken) en/of daarop aanwezige opstallen niet naar behoren onderhoudt;
c.   zich niet houdt aan de bepalingen van statuten en/of reglementen en/of kenbaar gemaakte voorschriften.
10.    Schorsing van leden:
a.   Indien een lid zich niet houdt aan de in artikel 6 lid 9 genoemde punten kan een tijdelijke schorsing als lid worden opgelegd. Schorsing houdt in dat alleen toegang tot de tuin wordt verleend om de in de vorige punten b en c, genoemde verplichtingen uit te voeren.
b.   Een schorsing kan worden opgelegd door het bestuur na tenminste 2 schriftelijke waarschuwingen om de taken naar behoren uit te voeren. In de schriftelijke mededeling dient duidelijk omschreven te staan waaraan het lid moet voldoen en een tijdstip waarbinnen de taken moeten worden uitgevoerd.
11.    Het houden van bijen  is toegestaan, na toestemming van het bestuur.
12.    Leden, als bedoeld in artikel 3 van het huishoudelijk reglement, verplichten zich de ledenadministratie in te lichten en op de hoogte te houden van hun woonplaats, adres en e-mailadres.

Artikel 7. Tuinuitgifte, tuinruil en niet verhuurde tuinen:1.      Uitgifte vrij gekomen tuinen:
a.   Kandidaat-leden hebben voorrang bij het uitgeven van een tuin boven een lid wat uitbreiding wil van zijn gehuurde oppervlakte. Het is van belang van de vereniging om zoveel mogelijk leden te krijgen.
b.   Een lid kan verzoeken om in aanmerking te komen voor tuinruil. Zij kan dit verzoek schriftelijk indienen bij het bestuur. Zij moet hierbij aangeven: de gewenste tuin of de gewenste tuingrootte en/of plaats op een complex.
      Bij uitbreiding van de tuingrootte voor een bestaand lid dient allereerst, indien er onvoldoende belangstelling is van kandidaat-leden, door de tuincommissie onderzocht te worden of er een nieuwe tuin gecreëerd kan worden.
c.   Een lid kan in principe niet meer dan 200 vierkante meter tuin huren. Indien door afname van het aantal leden een structureel deel van de tuin niet verhuurd kan worden, kan hiervan afgeweken worden.
d.   Een lid zonder tuin kan de tuin die zij, gezamenlijk met een lid, heeft onderhouden overnemen indien zij tenminste drie jaar de tuin gezamenlijk met een lid onderhouden heeft.
e.   Het bestuur beslist over het verzoek en zal dit schriftelijk mededelen aan het betreffende lid.
2.      Bruikleen niet verhuurde tuinen:
Eventueel niet verhuurde tuinen zullen gratis in bruikleen worden gegeven aan leden die hiervoor belangstelling hebben.
Een lid dat de vrijgekomen tuin het voorgaande jaar als betalend lid in gebruik heeft gehad komt niet in aanmerking. Dit geldt voor de periode van 1 mei tot 31 december.
Er wordt geen tuinhuur berekend maar wel een waarborgsom, deze dient te worden afgerekend bij het aanvaarden van de tuin en wordt terugbetaald als de tuin weer schoon en zwart wordt opgeleverd.
Bij meerdere belangstellenden voor een bepaalde tuin zal toewijzing geschieden door middel van loting.
3.      Overnemen opstallen en/of beplanting:
Het eventueel overnemen van opstallen of beplanting kan alleen met goedkeuring van de tuincommissie (TCO). Leden die een tuin overnemen waarop zich opstallen of beplanting bevinden, zijn gehouden deze tuin bij het beëindigen van de huurovereenkomst schoon en zwart achter te laten.
Achtergebleven eigendommen van het vertrekkende lid vervallen aan de vereniging.
Het beheer van deze eigendommen wordt gedaan door een daarvoor aangewezen lid van de tuincommissie.

​Artikel 8. Financiële verplichtingen van leden:1       De periodieke vergoeding wegens gebruik van een volkstuin loopt gelijk met het kalenderjaar.
2       In het vervolg van dit huishoudelijk reglement wordt veelvuldig de term “huur” gebezigd. Onder huur dient te worden verstaan de vergoeding die een lid betaald voor het gebruik van de tuin. De huurbeschermingswet is hierop niet van toepassing.
3.      De betaling van de tuinhuur en de contributie moet uiterlijk 31 januari van het betreffende kalenderjaar in het bezit zijn van de penningmeester, tenzij anders met hem wordt overeengekomen.
         Bij het niet tijdig betalen zal € 5,00 administratiekosten in rekening gebracht worden.
4.      Bij het in gebruik nemen van een volkstuin moet het lid eenmalig een waarborgsom betalen. De waarborgsom wordt terugbetaald bij het opzeggen van de huurovereenkomst mits de tuin schoon en zwart opgeleverd wordt. Indien dit niet het geval is vervalt de waarborgsom aan de vereniging.
        Wanneer de waarborgsom niet toereikend is voor de vereniging om de kosten van schoon en zwart maken te dekken, heeft de vereniging het recht om het ontbrekende bedrag te vorderen bij het vertrekkende lid.
        De rentebaten van de waarborgsommen zullen worden aangewend ten behoeve van algemene voorzieningen voor het tuincomplex.
5.      a.   De tuinhuur is per gehuurde m² verschuldigd per jaar,
        b.   De contributie is per jaar verschuldigd,
        c.   Waarborgsom is eenmalig verschuldigd,
        d.   Inschrijfgeld is eenmalig verschuldigd.
6.      De bedragen voor tuinhuur, contributie, waarborgsom en inschrijfgeld zijn vastgesteld en worden indien noodzakelijk aangepast door de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 9. Einde lidmaatschap:1.      Door overlijden van het lid. Bij overlijden kan het lidmaatschap desgewenst overgaan op de echtgeno(o)t(e) of een van de wettige erfgenamen in de 1e graad.
2.      Bij beëindiging van het lidmaatschap is het lid gehouden de door hem gehuurde tuin of tuinen schoon en zwart op te leveren.
3.      Ontzetting (royement), als gevolg van artikel 4 van de statuten, kan worden uitgesproken door het bestuur indien het lid:
a.   niet binnen gestelde termijn na schriftelijke ingebrekestelling aan zijn verplichtingen voldoet;
b.   bij herhaling ingevolge statuten, reglementen of besluiten van de vereniging in gebreke moet worden gesteld;
c.   zich schuldig maakt aan wangedrag, waaronder mede is te verstaan elke gedraging of handeling die de goede gang van zaken o.a. onzedelijk gedrag en het vriendschappelijk verkeer tussen de leden onderling verstoort of het aanzien van de vereniging schaadt.
4.      Lid 3 van dit artikel zal niet worden toegepast alvorens het betrokken lid ten minste twee maal schriftelijk is gewaarschuwd en hij niet binnen 14 dagen na dagtekening van de laatste waarschuwing daaraan gevolg heeft gegeven. De tweede waarschuwing wordt aangetekend verzonden.
5.      Indien de ledenvergadering in gevolge artikel 4 van de statuten besluit tot verwerping van de ontzetting, dan wordt hierdoor de ontzetting opgeheven en het desbetreffend lid in zijn rechten hersteld.
6.      Handhaaft de vergadering het besluit tot ontzetting, dan brengt het bestuur dit besluit uiterlijk 10 dagen na de datum van de ‘vergadering per aangetekend schrijven ter kennis van de betrokkenen.
7.      Bij beëindiging van het lidmaatschap vindt geen terugbetaling van contributie en tuinhuur plaats.

Artikel 10. Verplichtingen tuinen:1.      Tuinen en opstallen moeten worden aangewend als volkstuin, teneinde daarop als ontspanning te tuinieren. De leden zijn gehouden de tuin en de opstallen goed te onderhouden en te gebruiken overeenkomstig de bestemming.
2.      De leden zijn verplicht op hun tuin werkzaamheden toe te laten die het bestuur voor de instandhouding of verbetering van het complex, dan wel de aangrenzende tuinen noodzakelijk acht.
        Dit kan ook werkzaamheden omvatten, die de Gemeente Arnhem nodig acht in het algemeen belang.
3.      Rondom de tuin mag een afscheiding worden aangebracht door middel van gaas of glad draad, die niet hoger mag zijn dan100 cm. Gaas moet van een zodanig type zijn dat dit geen schaduw veroorzaakt.
4.      Terreinafscheidingen geplaatst door de vereniging of aangrenzende buren moeten vrijgehouden worden van begroeiing en materialen.
5.      Tuinafscheidingen in de vorm van hagen of heesters mogen alleen geplaatst worden nadat overleg met de betrokken medetuinders tot een akkoord heeft geleid. Deze afscheidingen mogen niet hoger zijn dan 80 cm.
6.      Hagen, heesters, vaste planten en hoogopgaande gewassen moeten tenminste 50 cm vanaf de tuingrens worden geplant.
7.      Vruchtbomen en hoogopgroeiende heesters, hoger dan 80 cm, dienen tenminste 1 meter vanaf de tuingrens te worden geplant, onder voorbehoud dat een belendende tuin hierdoor geen last krijgt  van schaduw. Mocht er bezwaren komen van andere tuinleden, dan dient dit in overleg met de tuincommissie te worden geregeld.
8.      Vruchtbomen en hoogopgroeiende heesters mogen niet hoger dan 2 meter boven het maaiveld uitsteken.
9.      De leden zijn verplicht zieke vruchtbomen en gewassen onmiddellijk te verwijderen en af te voeren.
10.    Bomen niet zijnde vruchtbomen zijn niet geoorloofd op de tuin, bomen zijn ook bomen die walnoten, kastanjes, e.d. voortbrengen.
11.    Indien aan het in punt 9 en 10 gestelde niet kan of zal worden voldaan, zullen deze bomen en/of gewassen in opdracht van het bestuur, voor rekening van het betreffende lid worden bestreden en/of verwijderd.
12.    Aardappels mogen slechts om de 4 jaar op dezelfde plaats verbouwd worden. Elke tuin heeft een vak indeling  (A t/m D) welke bij het lid bekend is. Per jaar wordt door het bestuur het vak bekend gemaakt waarin de aardappels geteeld mogen worden. Aardappels geteeld in een ander vak dan het aangegeven vak is niet toegestaan.
         Tevens dient men zich te houden aan de wettelijke regels t.a.v. het behandelen tegen ziektes.
13.    Er mag alleen gebruik worden gemaakt van goedgekeurde (aardappel) poters, waarbij men de goedkeuring op aanvraag van de tuincommissie moet kunnen worden getoond.
14.    Na het afsterven van het gewas dienen koolstronken, tomatenplanten en aardappelloof te worden verwijderd van de tuin.
15.    De leden zijn verplicht hun tuin vrij te houden van onkruid.
16.    De leden zijn verplicht de aan hun tuin grenzende paden of openbare groenstroken schoon te houden tot een breedte van 20 cm van de afscheiding. Het middenstuk van de paden of parkeerplaats zal door de tuincommissie worden verzorgd.
17.    Afval in welke vorm dan ook, dient door de leden zelf van het complex te worden afgevoerd. Tijdelijk opslaan buiten de tuin is niet toegestaan.
18.    Uitwerking van het begrip “schoon en zwart opleveren”:
a.-- vrij van opstallen;
b.-- vrij van tegelpaden;
c.-- vrij van struiken, vruchtbomen en planten;
d.-- vrij van onkruid;
e.-- goedgekeurde tuinafscheiding dient gehandhaafd te blijven.
Voor de punten a,b en c wordt dispensatie verleend als de nieuwe huurder deze zaken wil overnemen of accepteert. Bij het “in gebreke” blijven van het opvolgen van bovengenoemde voorschriften komen de kosten voor rekening van het betreffende lid.
Indien de tuin naar het oordeel van de tuincommissie niet goed wordt opgeleverd zal de waarborgsom niet terugbetaald worden.
19.    Tonkin (bamboe) stokken of andersoortige stellingen voor bonenhagen ed. moeten direct na het oogsten van het gewas worden verwijderd. Bonenhagen ed. zijn niet toegestaan in de periode van 1 november tot 1 maart.

Artikel 11. Verplichtingen pompen en geluidsregels:1.      Op eigen tuin mag voor eigen kosten en risico een pomp geplaatst worden. Een pomp aangedreven door een motor is toegestaan mits het gebruik ervan plaatsvindt op tijdstippen dat andere leden of omwonenden er geen geluidshinder van ondervinden.
2.      Bij eventuele tuinovername is het nieuwe lid niet verplicht de pomp over te nemen.
        Indien het nieuwe lid dit wenst, kan op kosten van de eigenaar de pomp worden verwijderd.
3.      Het gebruik van motorpomp, freesmachines en ander soorten motoraandrijvingen mogen niet gebruikt worden tussen zonsondergang en zonsopkomst. Ook het gebruik op zon- en feestdagen is dit verboden.

Artikel 12. Bestrijdingsmiddelen, schadelijke en gevaarlijke stoffen, verboden planten:1.      Het is verboden op het complex giftige of schadelijke stoffen te gebruiken of op te slaan, anders dan in de wet staat aangegeven.
2.      Het is verboden om kassen, gereedschapskisten en andere opslagmiddelen te gebruiken als opslag voor schadelijke, gevaarlijke en licht ontvlambare stoffen.
3.      Het is verplicht op het complex bestrijdingsmiddelen en gereedschappen t.b.v. bestrijding op te slaan in een met een deugdelijk slot afgesloten kas, gereedschapskist of ander opslagmiddel.
4.      Bij het gebruik van toegestane bestrijdingsmiddelen dient rekening te worden gehouden met de omliggende tuinen en gewassen (windrichting, windsterkte).
5.      Toegestane bestrijdingsmiddelen ed. mogen alleen op eigen tuin gebruikt worden.
6.      Op de tuin mogen geen wettelijk verboden planten zoals wietplanten worden verbouwd, ook niet de gedoogde hoeveelheid voor eigen gebruik.
7.      Alle te gebruiken materialen op of in de volkstuin mogen niet “uitlogen” (bijv. gewolmaniseerd, gecreosoteerd, e.d.).

Artikel 13. Verbodsbepalingen tuincomplex:1.      Ongevraagd of zonder toestemming de tuin van een ander lid te betreden. Uitgezonderd hiervan zijn de leden van het bestuur en de tuincommissie tijdens de uitoefening van hun functie.
2.      In gevolge de gemeenteverordening is het niet toegestaan dieren te houden.
3.      Handel of bedrijf uit te oefenen of tuinproducten te koop aan te bieden.
4.      Honden of katten dienen aangelijnd te zijn op het complex.
5.      Geluidsapparatuur is alleen toegestaan zolang geen van de medetuinders hier last van ondervinden.
6.      De doorgang op de paden te versperren, verhinderen of bemoeilijken.
7.      Greppels en/of sloten te graven, tenzij daarvoor toestemming is verleend door de tuincommissie.(bij afwateringsproblemen overleg met de tuincommissie).
8.      In de paden te graven of te spitten.
9.      Zonder medeweten van het bestuur gebruik te maken van het mededelingenbord van de vereniging.
10.    Vuil of afvalmateriaal te storten op het complex of aangrenzende percelen. Overtreders van dit verbod zullen schriftelijk in gebreke worden gesteld door het bestuur.
11.    Een open vuur te stoken op het complex (Brandweerverordening). Hierdoor is het verboden tuinafval en ander materiaal op het complex te verbranden.
12.    Op de tuin mogen alleen goederen worden opgeslagen die op de tuin kunnen worden gebruikt. Hierbij moet worden gedacht aan tegels, stenen, houten of ijzeren palen, betonelementen en dergelijke, dus geen zaken als openhaard hout, oude fietsen, oud ijzer en dergelijke.
De hoeveelheid moet in verhouding staan tot de grootte van de aan het betreffende lid toegewezen tuin(en).
13.    Barbecueën en/of tuinfeesten houden op de tuin is niet toegestaan.
14.    De tuin verhuren aan derden.
15.    Op de paden en grasstroken een auto te parkeren. Het is wel toegestaan om in- of uit te laden. Parkeren is enkel toegestaan op de aangelegde of aangewezen parkeerplaats.
16.    Grenspalen of afrastering te verplaatsen, te verbreken of te beschadigen die door of in opdracht van het bestuur zijn geplaatst.
17.    Pergola’s of overkappingen te plaatsen.
18.    Terreinafscheidingen noch tuinafscheidingen mogen als schutting uitgevoerd worden.
19.    Op het volkstuincomplex, c.q. volkstuin mag geen vogelvangst worden uitgeoefend, noch anderszins worden gejaagd.
20.    Op het volkstuincomplex, c.q. volkstuin mag geen speelplaats worden aangelegd.
21.    Op het volkstuincomplex, c.q. volkstuin mag geen reclame in welke vorm dan ook worden aangebracht.

Artikel 14. Voorschriften en begrippen voor opstallen:1.      Het bouwen of hebben van een tuinhuisje is niet toegestaan.
2.      Een permanente broeikas van  hout of metaal is toegestaan mits deze aan de volgende eisen voldoet:
a.   de kas moet voldoen aan de maximale maten van 300 cm lengte, 300 cm breedte en 225 cm nokhoogte
b.   De toegestane oppervlakte is maximaal: 9 m²
c.   er mogen geen funderingen in de grond worden aangebracht.
d.   De kas dient van glas of policarbonaat plaat vervaardigd te zijn.
e.   Een tijdelijke kas of kweektunnel is toegestaan in de periode van 1 maart tot 1 november.
3.      Een platte bak of broeibak is toegestaan.
a.   er mogen geen funderingen in de grond worden aangebracht.
4.      Voor een  gereedschapskist geldt de volgende bepaling:
a.   max. lengte:   200 cm
b.   max. breedte: 75 cm
c.   max. hoogte:  75 cm
d.   er mogen geen funderingen in de grond worden aangebracht
5.      Voor het plaatsen van een der bovenstaande opstallen of combinatie van bovenstaande opstallen en al eventuele geplaatste opstallen geldt dat de bebouwde oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m² van de gehuurde tuin.
6.      Indien een broeikas, platte bak of gereedschapskist van hout is dient deze donker gekleurd te zijn.
7.      Voor het plaatsen van een opstal dient het lid een schriftelijke aanvraag te doen aan de tuincommissie. Bij de aanvraag moet een duidelijke omschrijving  (incl. tuinnummer) en tekening toegevoegd worden van het te bouwen opstal en de al op de tuin aanwezige opstal(len) inclusief een matenplan.
        Een opstal moet zodanig geplaatst worden dat omliggende tuinder(s) geen hinder (bijv. schaduw) hiervan ondervinden.
8.      Het bestuur beslist over de aanvraag op de eerstvolgende bestuursvergadering en geeft een schriftelijke toestemming of afwijzing aan de aanvrager.
9.      Het plaatsen van een opstal geschiedt na schriftelijke toestemming van het bestuur en is geheel voor eigen rekening en risico van de aanvrager.
10.    De leden worden geacht de opstallen op de door hen gehuurde grond in volle eigendom te bezitten.

Artikel 15. Het bestuur:1.      Het bestuur is belast met de uitvoering van het beleid. Het voert het beheer over alle eigendommen van de vereniging en draagt zorg voor de instandhouding en het onderhoud ervan.
        Het bestuur stelt regels vast ten aanzien van de uitvoerende taken die zijn toegewezen aan de diverse commissies en ziet toe op de juiste uitvoering van die taken. Het bestuur is voor het gevoerde beleid en beheer, en voor de door de commissies uitgevoerde taken verantwoording schuldig aan de ledenvergadering.
        De bestuursleden hebben het recht van toegang tot alle bijeenkomsten en commissievergaderingen alsmede het recht van toegang tot de tuinen en alle daarop geplaatste opstallen.
        De voorzitter is woordvoerder namens de vereniging en representeert de vereniging naar buiten. Hij geeft leiding aan het bestuurswerk en leidt de bestuur- en ledenvergaderingen.
        In artikel 6 en 7 van de statuten is de benoeming, het aantal bestuursleden, schorsing en ontslag van het bestuur geregeld.
        Voor het aangaan van leningen of uitgaven die groter zijn dan 15 procent van het kapitaal van de vereniging, dient het bestuur vooraf de leden te informeren. Indien 10 procent van de leden bezwaar maakt ten aanzien van de voorgestelde verplichtingen, worden de voorstellen ingebracht in de algemene jaarvergadering of een tussentijdse algemene vergadering.
        Bestuursleden zijn niet hoofdelijk aansprakelijk voor door de vereniging aangegane schulden en malversaties.
2.      De secretaris voert de briefwisseling, waarbij hij afschrift houdt van alle belangrijke stukken; hij schrijft de vergaderingen uit; hij houdt een rooster van aftreden van de bestuursleden bij; hij heeft de stukken en eigendommen van de vereniging onder zijn berusting, behalve de gelden; hij maakt notulen en verslagen van de vergaderingen en hij stelt een jaarverslag samen.
3.      De penningmeester int, beheert en belegt – overeenkomstig een daartoe strekkend besluit van het bestuur – de gelden der vereniging en die van de door de vereniging gestichte of onder haar beheer gestelde fondsen, doet betalingen en voert een zodanige administratie der gezamenlijke gelden, dat hij daaruit voor ieder boekjaar een overzicht kan samenstellen omtrent de uitgaven en inkomsten der vereniging en de bovenbedoelde fondsen; hij zorgt voor het aanmanen van leden bij wie achterstallige contributie is in te vorderen en legt in de algemene jaarvergadering rekening en verantwoording af van zijn beheer; hij houdt de ledenadministratie en heeft de stukken onder zijn berusting welke hierop betrekking hebben.
4.      De secretaris en de penningmeester kunnen met instemming van de overige bestuursleden een deel van hun werkzaamhe­den overdragen aan een ander bestuurslid of een commissielid, die voor deze werkzaamheden verantwoording schuldig is aan de desbetreffende functionaris.

Artikel 16. Algemene vergaderingen:1.      De Algemene Jaarvergadering stelt de begroting van inkomsten en uitgaven, dan wel van baten en lasten, voor het volgende verenigingsjaar vast. De begroting wordt aan de vergadering voorgelegd door het bestuur. De uitvoering van de vastgestelde begroting berust bij het bestuur, hetwelk voor wat de uitgaven betreft gehouden is de in de begroting vastgestelde bedragen niet aanmerkelijk te overschrijden.
        Deze overschrijding mag niet meer bedragen dan de helft van de contributie die per verenigingsjaar wordt geïnd; indien dit bedrag wordt overschreden dan dient het bestuur tijdig een nieuwe Algemene Vergade­ring uit te schrijven om haar goedkeuring te vragen.
2.      De jaarrekening van de penningmeester bevat naast de gewone cijfers, welke aansluiting geven op de begroting, een balans welke de vermogenstoestand van de vereniging op het einde van het verenigings­jaar aangeeft. Het bestuur stelt de cijfers van de jaarrekening vast en legt deze tot het doen van verantwoording aan de Algemene Jaarvergadering ter goedkeuring voor.
3.      Een Algemene Vergadering wordt met inachtneming van artikel 13 der Statuten door het bestuur uitgeschreven, met vermelding van de te behandelen agenda. De vergadering kan alleen over agendapun­ten besluiten nemen.
        Tenminste twee dagen voor de vergadering kan een stemgerechtigd lid één of meer agendapunten toevoegen, dit dient schriftelijk kenbaar gemaakt te worden aan de secreta­ris. Bij iedere Algemene Vergadering zal gelegenheid tot rondvraag gegeven dienen te worden.
4.      Ieder lid kan tenminste drie dagen voor de vergadering nog kandidaten stellen voor de te vervullen bestuursfuncties, door schriftelijke mededeling aan de secretaris, vergezeld gaande van een bereidverkla­ring van de voorgestelde kandidaat.
5.      Alvorens een Algemene Vergadering tot schriftelijke stemming overgaat (art. 12 lid 5 der Statuten), wordt door de voorzitter een stembureau benoemd die deze stemming organiseert, controleert en daarvan de uitslag bekend maakt. In deze commissie mogen alleen stemgerechtigde leden zitting hebben, die niet tevens bestuurslid of kandidaat-bestuurslid zijn.
6.      Bij stemmingen zijn van onwaarde: blanco stemmen en stembriefjes die onduidelijk zijn, die meer dan het aantal te kiezen personen aan namen vermelden, die ondertekend zijn.
7.      Op de Algemene Jaarvergadering treden af 1/3 of zo na mogelijk 1/3 van het aantal bestuursleden volgens een door het bestuur op te maken rooster, zodanig dat geen der bestuursle­den een zittingsduur heeft van meer dan drie jaar. Een aftredend bestuurslid is terstond herkiesbaar.
        Een nieuw benoemd bestuurslid neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens plaats hij of zij is benoemd.
8.      Een stemming mag niet ten doel hebben uit te maken welk van twee of meer voorstellen het meest verkieslijk is. Over elk voorstel wordt naar volgorde van binnenkomst gestemd, tenzij de voorzitter anders beslist of de vergadering een daartoe strekkende motie van orde aanneemt. Bij amendementen geldt hetzelfde, zij komen steeds voor het voorstel in stemming.
9.      Reglementswijzigingen of andere besluiten treden in werking direct na aanneming, tenzij uitdrukkelijk anders wordt bepaald.

Artikel 17. Bestuursvergaderingen:1.      Bestuursvergaderingen worden gehouden op voorstel van de voorzitter of op voorstel van minimaal twee leden van het bestuur.
2.      De oproep voor de vergadering dient minstens 5 dagen voor de datum der vergadering te geschieden.
3.      Alle besluiten dienen met een meerderheid van tenminste 2/3 van de uitgebrachte stemmen genomen te worden.

Artikel 18. Commissies:1.      In het belang van de vereniging kunnen verschillende commissies in het leven geroepen worden, deze commissies worden gevormd door leden.
2.      Zij worden gekozen tijdens de Algemene Vergadering of aangesteld door het bestuur naar gelang aard en doel van de commissie.
3.      Een commissie is in zijn geheel aftredend op de Algemene Jaarvergadering en is direct herkiesbaar.
4.      Tussentijds vervangen van commissieleden kan uitsluitend geschieden na goedkeuring van het bestuur. Het bestuur informeert, direct doch binnen 4 weken, de leden schriftelijk van de wijzigingen.
5.      Aan iedere commissie wordt een lid van het bestuur toegevoegd als voorzitter.
6.      Het financieel beheer staat onder direct toezicht van de voorzitter van de commissie, deze is verantwoording schuldig aan het bestuur.
7.      De commissies opereren onafhankelijk en zijn verantwoording verschuldigd aan het bestuur. Uit praktische overwegingen is het goed mogelijk dat meerdere commissies nauw samenwerken en gezamenlijk activiteiten ontplooien.

Artikel 19. Tuincommissie en onderhoud (TCO):1.           De tuincommissie bestaat uit een oneven aantal leden met een minimum van drie leden, en heeft dezelfde rechten en plichten als in artikel 18 van dit huishoudelijk reglement zijn genoemd.
2.           De commissie controleert minimaal 2 x per jaar de tuinen van de leden op de staat van onderhoud en de op de tuin geplaatste opstallen. Geconstateerde afwijkingen of nalatigheden worden schriftelijk door de voorzitter TCO ter kennis van het betrokken lid gebracht.
3.           Het betrokken lid dient binnen een termijn van 3 weken zijn of haar tuin in orde te brengen. De tuincommissie zal na het gestelde termijn een nacontrole houden om te controleren of het betrokken lid zich aan de op,- of aanmerkingen heeft gehouden.
4.           Indien de tuincommissie heeft geconstateerd dat er geen verbeteringen zijn aangebracht en er geen andere (verzachtende) omstandigheden zijn dan stelt de commissie het bestuur hiervan in kennis, onder vermelding van de genomen actie(s).
5.           De commissie controleert nadrukkelijk op vruchtwisseling met name van aardappelen. Bij overtreding zal het lid, op aanwijzing van de commissie, de verkeerd gepote poters direct dienen te verwijderen.
6.           Indien het lid nalaat zich aan het bovengenoemde bepaling te houden dan zal het lid het jaar van constatering en de daarop volgende drie jaar geen aardappelen mogen verbouwen.

Artikel 20. De Kascommissie.1.         Uit de Algemene Jaarvergadering wordt een kascommissie gekozen van twee leden en één reservelid, zij mogen geen zitting in het bestuur hebben. Aanmelden van kandidaten en verkiezing geschiedt tijdens de Algemene Jaarvergadering.
2.         Eén lid van de kascommissie heeft twee achtereenvolgende perioden zitting, het andere lid treedt op de volgende Algemene Jaarvergadering af en is niet terstond herkiesbaar.
3.     De kascommissie controleert zo vaak zij dit nodig acht, doch tenminste eenmaal per verenigingsjaar uiterlijk veertien dagen voor de Algemene Jaarvergadering, het beheer en de boekhouding der geldmiddelen en brengt hierover op bedoelde vergadering schriftelijk verslag uit.

Artikel 21. Schorsing en ontslag commissieleden:1.      Indien naar de mening van het bestuur een commissielid zijn taak niet of niet in voldoende mate uitvoert zal het bestuur dit lid in de gelegenheid stellen zich in een bestuursvergadering te verantwoorden.
2.      Indien na deze verantwoording het bestuur op haar standpunt blijft is het bestuur gerechtigd bedoeld lid als zodanig te schorsen tot de eerstvolgende algemene ledenvergadering. Op deze vergadering wordt dit lid voorgedragen voor ontslag als commissielid.
3.      Bij tussentijdse vacatures van commissieleden of bij schorsing als gevolg van voorgaand lid 2:
a.   zijn de commissieleden verplicht de in hun bezit zijnde bescheiden of andere eigendommen van de vereniging binnen 10 dagen over te dragen aan een door het bestuur aan te wijzen bestuurslid;
b.   benoemt het bestuur een nieuw commissielid dat op het rooster van aftreden de plaats van de voorganger inneemt. Dit wordt aan de eerstvolgende ledenvergade­ring ter bekrachtiging voorgelegd.

Artikel 22. Wijzigingen reglementen:1.      In het huishoudelijk reglement kan geen verandering worden aangebracht, dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de reglementen zal worden voorgesteld.
2.      Een besluit tot wijziging van de reglementen behoeft een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
3.      Een reglementswijziging treedt in werking op de eerste van de maand volgend op de ledenvergadering waarin deze wijziging is goedgekeurd.
Aldus opgemaakt en goedgekeurd door de Algemene Leden Vergadering op 5 maart 2013.